Ouders
langs de kant: positief supporteren, of in de
cafetaria helpen...
We hebben het beste voor met onze kinderen. We leven
met hen mee, we willen zo graag dat ze gelukkig
zijn. Maar we willen ook dat ze winnen. We denken
dat onze aanwezigheid tijdens wedstrijden een
positieve invloed heeft op hun gedrag tijdens het
spelletje en dus ook op het resultaat. Wij kennen
onze kleine kapoen. En toch. Ze hebben ons nodig
tijdens moeilijke momenten en via een vuistje, een
knipoogje of een “komaan-grimas” moedigen we hen aan
en krikken we hun zelfvertrouwen (opnieuw) op. Maar
is het zo eenvoudig? Werkt het zo? Help ik zo mijn
kind? Wat is nu in feite een aangewezen gedrag langs
de kant?
![]() |
Je aanwezigheid
tijdens een wedstrijd kan je best beschouwen
als een leuk sociaal uitstapje, waarop je
blij bent andere mensen te ontmoeten en
waarbij je respectvol omgaat met trainers,
vrienden, clubgenoten en tegenstanders.
Negatieve opmerkingen naar je kind zoals:
“Doe nu toch eens je best of ik haal je van
het terrein”, of ”speel dan toch sneller
verdorie” helpen je kind niet. Kritiek aan
het adres van de tegenpartij, genre “dat is
al de derde keer dat zij een bal onterecht
‘uit’ roept” deugt ook niet. Probeer eerder
tijdens een wedstrijddag een ontspannen,
positieve houding aan te nemen, en van je
gezicht een zonnetje te maken. Dan zal je
kind zich op zijn/haar gemak voelen en niet
schuldig en verantwoordelijk voor jouw
negatieve houding.
|
Help de trainer!
Coaching is het domein van de trainer. Jouw
goedbedoelde aanmoedigingen en/of raadgevingen
leiden de aandacht af van de communicatie tussen
jouw kind en de trainer, of interfereren ermee.
Probeer jezelf in het decor te laten opgaan en
vermijd op te vallen of de aandacht naar je toe te
trekken. En loop niet ostentatief weg omdat je te
gespannen bent, want qua boodschap voor je kind kan
dat ook tellen. Na de wedstrijd kan je de trainer
helpen. Geef hem of haar jouw bevindingen. Je kan
met de trainer bvb praten over het correcte gebruik
van een routine. Nam je kind voldoende tijd tussen
twee balwisselingen? En werd die tijd nuttig
ingevuld? Kon je kind zich steeds concentreren
ondanks het luidruchtige gedrag van de spelers op
het terrein ernaast? Kon je kind zich altijd opnieuw
opladen? Kon je kind door middel van zijn ademhaling
tot ontspanning en een hernieuwde focus komen?
Uw gedrag wordt gekopieerd!
Onze kinderen hebben de neiging om het gedrag van
hun ouders te observeren en deze gedragingen,
attitudes en emotionele reacties ook te imiteren.
Als je regelmatig beslissingen van de scheidsrechter
aanvecht, als je gespannen, nagelbijtend of met
schokkende benen langs de kant de wedstrijd volgt,
of als je je emotioneel onzeker toont, dan zou het
best kunnen dat je kind gelijkaardig gedrag op het
terrein zal vertonen. Wat dan weer niet zal
bijdragen tot zijn/haar tennisspel. Je kan je kind
een positieve houding tonen door op een
gecontroleerde wijze met je emoties en gedrag om te
gaan. Bijvoorbeeld naar de scheidsrechter toe.
Lichaamstaal
Lichaamstaal is een uitgesproken
communicatiemiddel. En net zoals je weet hoe je
kind zich voelt en wat het tijdens een wedstrijd
denkt, zo houdt je kind ook je lichaam in het oog.
Je dochter of zoon vindt het ongetwijfeld fijn als
je kalm en ontspannen bent en voldoende interesse
toont. Maak ook tijdens de wedstrijd af en toe een
praatje met je buurman, geniet van de wedstrijd en
geef toch niet de indruk dat je elke bal wil zien
vliegen. Aanmoedigingen en applaus horen uiteraard
ook bij een wedstrijd. Indien je applaudisseert, doe
het dan voor “goed” tennis en niet enkel voor
“gewonnen punten”. En doe het zowel voor goed tennis
van je eigen kind als dat van zijn/haar
tegenstander. Zodat je toont dat zijn/haar
tegenstander ook talenten heeft.
Voor de wedstrijd:
De dag voor een wedstrijd kan je al een paar zaken
doen om een “succes” van je uitstap te maken. ’s
Avonds kan je al het programma van de dag
doorspreken. Wanneer opstaan? Om hoe laat
vertrekken? Om hoe laat inspelen, indien dit
praktisch mogelijk is? Wanneer eten? Hou bij het
maken van een planning rekening met mogelijke
hindernissen onderweg zoals een file of een
omleiding. Als je kind over de komende wedstrijd wil
spreken, luister dan aandachtig en maak er een leuk
praatje van. Er bovenal een ontspannen avond van
maken! En hoewel je uiteraard op weg naar het
tennisterrein de ontspannen sfeer tracht te
behouden, is het best mogelijk dat je kind zich
langzaam begint af te sluiten als een soort
matchvoorbereiding. Probeer ter plaatse de
communicatie tussen trainer (indien aanwezig) en
kind niet in de weg te staan. Hou je bijvoorbeeld
afzijdig tijdens een eventuele voorbespreking.
Na de wedstrijd:
Respecteer ook nu de volgorde: Vang je kind op maar
hou er rekening mee dat de trainer eerst met je zoon
of dochter de wedstrijd wil bespreken. Ook hier kan
je dit best op een rustige, ontspannen manier doen.
Typisch voor tennis is de spanning tot op het einde.
Winst en verlies kunnen tot de laatste balwisseling
kantelen. Daardoor zit je als meevoelende ouder,
vaak met een grote hoeveelheid opgekropte spanning.
Eens het spelletje voorbij wordt die spanning dan
ontlucht door een gedetailleerde, maar voor je kind
op dat ogenblik totaal overbodige, analyse van alle
goede en slechte punten. Op weg naar huis kunnen er
ook wel “drama’s” plaats vinden. Tijdens het
autorijden ontstaat immers onbewust makkelijk een
moment van hardere communicatie. Er is dan immers
maar beperkt oogcontact en dit kort na een
emotionele gebeurtenis. Hier is echt voorzichtigheid
geboden. En als die andere chauffeur je bovendien
niet jouw voorrang gaf, zodat je verdorie helemaal
in de remmen moest, kan te snel een uitspraak als
“En als jij zo blijft verder spelen dan kan je beter
stoppen” volgen! Onthou je zoveel mogelijk van
commentaar op het tennis zelf, en spreek er enkel
over indien je kind er zelf op aanstuurt. Blijf
zoeken tot je een gemeenschappelijk positief
gespreksonderwerp vindt. Indien je ontevreden was
over een bepaald aspect zoals bvb de inzet van je
kind, bespreek dit dan kort later op een gepast
moment. Eens thuisgekomen laat je je kind de
opgedane indrukken op zijn/haar eigen manier
verwerken. Gun het tijd om alles wat te laten
bezinken. Laat hem/haar zelf beslissen waar hij/zij
zin in heeft. Voor zover het binnen de perken blijft
natuurlijk.
En wat als het toch zo moeilijk is om je
eigen emoties onder controle te houden?
Ken jezelf! Als je het erg moeilijk hebt om je
emoties tijdens een wedstrijd van je kind te
beheersen, en als je op die manier een negatieve
invloed op zijn/haar spel uitoefent, dan kan je je
beter afzijdig houden tot je voelt dat je wat
gekalmeerd bent. Een goede stelregel is de
’10-seconden’ regel: driemaal diep in- en uitademen,
bij het uitademen de negatieve emoties ‘afblazen’ en
terwijl nadenken zodat het eerste wat je zegt iets
positief is over het gedrag van je zoon of dochter
tijdens (bvb goede inzet, rustig gebleven bij het op
achterstand komen, correct gereageerd op een
verkeerde “call”) of na de wedstrijd (bvb zelf naar
een korte evaluatie met de trainer gevraagd). Dus
kwel jezelf en je kind toch niet! Gebruik je tijd en
aanwezigheid dan liever als vrijwilliger in de
clubwerking, of als scheidsrechter, of steek je
liever een handje toe in de cafetaria?



